Een verse versnapering voor de geest dames en heren.
’Godverdomme, wat een achterlijke kankerzooi! Hoe konden ze mij nou zijn vergeten?! Ik haat ze allemaal! Waarom ik?! Waarom ik?! Waarom?! Zeg me waarom!’ huilde Geert-Jan met z’n gezicht in z’n kussen, nadat hij eindelijk thuis was gekomen. Toen Geert-Jan zich iets beter voelde, stond hij op en zag hij dat z’n kussen drijfnat was. ‘Kanker emoties, waarom vallen ze mij lastig? Ik wou dat ik geen emoties had, ik heb er niks aan. Ik word verliefd, word vervolgens voor lul gezet. En al dat getreiter. Als ik geen emoties had, had ik nergens last van gehad. Ze kunnen allemaal stikken! M’n eigen vader en moeder zijn nu niet eens thuis om voor me te zorgen! Iedereen mag dood, ik pik dit niet meer. Ik blijf het hele weekend in m’n bed liggen rotten!’ huilde Geert-Jan.
Na twee dagen in bed hebben liggen huilen besloot Geert-Jan toch maar naar school te gaan. Toen hij op school aankwam was de pauze al begonnen. ‘Godverdomme, Geert, waar de fuck kom jij vandaan? Je ziet er echt verkankerd uit. Je ziet eruit alsof je net uit een concentratiekamp ontsnapt bent.’ zei Henrich. ‘Kalm, Geertje, laat die klootzak maar.’ zei Geert-Jan dapper tegen zichzelf. ‘Hé, Geertje, vieze kankerlijer. Onder welke steen ben je nou weer vandaan gekropen, ouwe soloseks fanaat?!’ riep Jelle. ‘Wat sta je daar nou te staan, vuil lepra kind. Krijg aids.’ zei Lobbe. Geert-Jan’s ogen begonnen te tranen. Toen kwam Nathan aangelopen. ‘Geert, Waarom? Waarom heb je me zó lang alleen gelaten? Weet je soms niet hoeveel pijn dat mij doet?’ zei hij. ‘Ja, Geert, hoe kon je je maatje nou in de steek laten?’ lachte Stef. ‘Wat de fuck, Geert-Jan, heb je nou Rika uit je hoofd gezet voor die gek?’ vroeg Herman op een gemene toon. Geert-Jan brak dit keer als een plank doormidden. ‘Ik haat jullie allemaal, ik hoop dat jullie allemaal een erge dood tegemoet gaan. Jammer genoeg zal ik dat niet meer meemaken!’ Geert-Jan rende hard weg. Hij had er geen zin meer in, hij wilde niet meer. Hij rende een aantal trappen op en duwde meneer Dolf aan de kant. ‘Hé, waar ga jij zo snel heen, met je rotkop? Zo behandel je geen ware helden.’ Geert-Jan kwam uiteindelijk op ’t dak uit. Hij liep naar de rand van het dak. ‘Hier zijn de pesterijen begonnen, en hier gaan ze ook eindigen.’ zei hij tegen zichzelf. Opeens hoorde hij een bekende stem. ‘Geertje, wat doe je godverdomme op het dak, daar kan je geen vrienden vinden!’ ‘Pieter, hou je bek, godverdomme. Ik hoef jouw onzin niet meer, en de onzin van Joost ook niet meer. Ik pik het niet meer. Jullie kunnen allemaal branden in de hel.’ riep Geert-Jan. ‘Geertje, wij zijn atheïsten, jij verdomde bilspleet atleet. Ik weet niet wat de fuck je van plan bent, maar ik zou maar van dat fucking dak af komen als ik jou was, fucking dildo. ‘Ja, Pieter, ik kom ook van het dak af, let jij maar op,’ Geert-Jan was helemaal gek geworden. Hij nam een aanloop, sprong meters door de lucht en kwam neer met een harde klap. ‘Gozer, beeld ik het me nou in, of sprong Geertje nou net van het dak af?’ vroeg Pieter verbaasd, nadat hij nog een trekje van z’n joint nam. ‘Wow, die gast is nog meer emo dan ik ben. Dat is ziek.’ zei Joost verbaasd. De twee jongens bogen zich over Geert-Jan heen. ‘Hé, man, hoeveel vingers steek ik op?’ vroeg Pieter. ‘Geert, alleen omdat je een wemo bent, wilt niet zeggen dat je ons zomaar mag negeren. Hoeveel verdomde vingers steekt Pieter op?!’ zei Joost. ‘Wat een vreemde vogel, man. Hij springt van een dak af en valt dan opeens zomaar in slaap op de straat, wow.’ zei Pieter. ‘Hé, Pieter, kijk, daar heb je die trut.’ fluisterde Joost. ‘Oh, hé Sanne, hoe gaat het met jou vandaag?’ vroeg Pieter. ‘Goed, en met jullie?’ ‘Ja, gaat oké. Alleen Geert hier, hij is gewoon in slaap gevallen op de fucking straat. Wat een strap-on.’ vertelde Pieter. ‘Wat deed hij dan?’ vroeg Sanne verbaasd. ‘Nou, kijk,’ zei Joost ‘Hij stond zo op ’t dak, en lulde wat onzin. En hij sprong toen van het dak af.’ ‘Ja,’ zei Pieter, nadat hij nog een trekje nam van z’n joint ‘en toen viel hij opeens in slaap.’ ‘Zijn jullie helemaal gek geworden? Heeft een van jullie een ambulance gebelt?!’ riep Sanne. De twee jongens keken elkaar aan. ‘Uh, nee. Wij gaan toch ook geen ambulance bellen als jij naar bed gaat?’ ‘Jézus, wat is er mis met jullie?’ vroeg Sanne. ‘Die bestaat niet, en, uhm, er is niks mis met ons. Gaat goed met ons.’ Sanne gaf het op om te proberen een normaal gesprek te voeren met de twee jongens en besloot een ambulance te laten komen voor Geert-Jan.